In het kort
De paalafstand van een schutting volgt uit de maten van je materiaal. Een scherm is 180 cm breed en een betonpaal is 10 cm dik, dus één vak is precies 190 cm hart-op-hart. Je begint tegen een vast punt, zet zoveel mogelijk hele vakken achter elkaar, en sluit af met een passtuk. Dat passtuk hoort altijd aan het einde, nooit ergens in het midden.
| Onderdeel | Maat |
|---|---|
| Scherm | 180 × 180 cm |
| Betonpaal | 10 × 10 × 275 cm |
| Paal de grond in | 80 tot 90 cm |
| Eén vak, hart-op-hart | 190 cm (10 paal + 180 scherm) |
| Totale hoogte boven maaiveld | 200 cm |
| Poort | 90 of 150 cm breed |
De betonplaat onderaan zit deels in de grond, waardoor een afgemonteerde schutting boven het maaiveld op 200 cm uitkomt. Dat is de maat die je overal kunt aanhouden.
Een lijn is altijd hetzelfde patroon: paal, scherm, paal, scherm, paal … passtuk, paal. Reken zo:
Je begint tegen het huis en de lijn is 1100 cm.
Eerst 20 cm eraf voor de eerste en de laatste paal, dan blijft 1080 over. Gedeeld door 190 is dat 5,7 — dus 5 volledige schermen. Die vullen 5 × 190 = 950 cm.
Opgeteld staat er dan: paal 10, scherm 180, paal 10, scherm 180, paal 10, scherm 180, paal 10, scherm 180, paal 10, scherm 180, paal 10. Samen 960 cm.
Er blijft 1100 − 960 = 140 cm over. Dat is een passtuk van 130 cm plus de sluitpaal van 10 cm.
Eindtelling: 5 volledige schermen, 1 passtuk van 130 cm, en 7 palen.
In ruim negentig procent van de gevallen eindigt een schutting met een passtuk, simpelweg omdat vrijwel geen enkele tuin een rond veelvoud van 190 cm is. Dat is geen fout, dat is normaal.
Wat wél een fout is: het passtuk ergens halverwege de lijn zetten. Een smaller vak tussen twee hele schermen valt meteen op, en het verraadt dat er vanaf twee kanten naar het midden is gewerkt. Je werkt vanaf één vast punt in één richting, en het restant komt vanzelf aan het eind terecht.
Ligt dat einde in je zichtlijn vanaf het terras, overweeg dan om vanaf de andere kant te beginnen zodat het passtuk uit het zicht valt.
Een hoek kost altijd een extra paal, want beide lijnen eindigen daar. Deel een tuin met een knik dus op in rechte segmenten en reken elk segment apart uit — inclusief zijn eigen passtuk.
Een poort heeft een eigen maat: 90 cm voor een enkele doorgang, 150 cm als er een kruiwagen of aanhanger doorheen moet. Bepaal de plek van de poort vóórdat je de palen uitzet, want achteraf inpassen betekent een paal verzetten. In een rijtjeswijk met een achterpad zit er om de paar schermen een poort, dus neem dat mee in je telling.
Loopt de lijn tegen een muur of schuur aan, dan hoef je daar geen paal te zetten maar bevestig je het scherm met beslag aan de gevel.
1000 cm min 20 cm is 980, gedeeld door 190 is 5,2. Dus 5 volledige schermen (950 cm), en 1000 − 960 = 40 cm blijft over: een passtuk van 30 cm plus de sluitpaal. In totaal 7 palen.
Niet zonder ander materiaal. De afstand wordt bepaald door wat ertussen komt; bredere vakken vragen andere schermen en meer draagkracht.
Aan het aantal planken. Een volledig scherm heeft negen verticale planken aan de voorkant, tien aan de achterkant en twee horizontale regels. Tel je er minder, dan kijk je naar een passtuk.
Deel de lijn op in rechte segmenten en reken elk segment apart uit. Elke knik kost een extra paal.
Bij houten schermen kan dat, mits je aan de kant zaagt waar de constructie het toelaat. Bij twijfel bestel je een passtuk op maat.
Reken van materiaal naar lijn, niet andersom. Eén vak is 190 cm: 180 scherm plus 10 paal. Trek 20 cm af voor de begin- en sluitpaal, deel door 190, en wat overblijft is je passtuk — dat aan het einde van de lijn hoort en nergens anders. Het aantal palen is altijd het aantal vakken plus één. Palen bestel je bij schuttingpalen, schermen bij schuttingplanken.
Alles over palen vind je op Schuttingpalen kopen.
Alle artikelen bij elkaar staan in de Kennisbank.
Lees ook:
Bekijk alle complete schutting pakketten.