Poort in een bestaande schutting plaatsen

Inhoudsopgave

In het kort

De opbouw ligt vast: betonpaal, kozijnstijl, poort, kozijnstijl, betonpaal, en niets ertussen. Het kozijn is driezijdig, dus met een bovendorpel. Poorten zijn 90 of 150 cm breed en draaien naar binnen. Omdat een vak 190 cm hart op hart is, past een poort zelden zomaar in een bestaand vak.

Je hebt een schutting staan en je wilt er alsnog een doorgang in. Kan dat? Ja. Maar niet door een scherm eruit te halen en er een poort voor in de plaats te hangen — en dat is precies wat de meeste mensen in gedachten hebben. Een poort is geen scherm met scharnieren. Het is een aparte constructie die zijn eigen ruimte nodig heeft.

De vaste volgorde: paal, kozijn, poort, kozijn, paal

Dit is de regel waar alles op neerkomt. Van links naar rechts krijg je: betonpaal, houten kozijnstijl, het poortblad, houten kozijnstijl, betonpaal. Meer niet. Er zit geen tussenstukje tussen het kozijn en de paal, geen smalle vulplank om het gat dicht te maken, geen restje scherm. Zodra je zoiets nodig hebt om het passend te krijgen, staan je palen op de verkeerde plek.

Het kozijn is daarbij niet optioneel. Een poort hangt aan een hardhouten kozijn dat tussen de palen klemt, en dat kozijn draagt het scharnier en het slot. Hang je het blad rechtstreeks aan de betonpaal, dan heb je niets om fatsoenlijk in te schroeven en niets om op af te stellen.

Waarom je poort zelden in een bestaand vak past

In een hout-betonschutting is elk vak opgebouwd rond een scherm van 180 cm breed tussen twee palen van 10 cm. Hart op hart is dat 190 cm per vak. Een poort komt in twee gangbare breedtes: 90 cm voor een enkele loopdoorgang, en 150 cm als je er met een kruiwagen of een aanhangerdissel door moet.

Tel daar de twee kozijnstijlen bij op en je zit op een totaalbreedte die niet gelijk is aan 180. Dat betekent in de praktijk bijna altijd: minstens één paal moet eruit en op een nieuwe plek terug. De maat die je daarvoor nodig hebt is de dagmaat van de poort inclusief kozijn — neem die over van de poort die je daadwerkelijk bestelt, want die verschilt per houtsoort en per leverancier. Ga niet zelf zitten rekenen met een schatting van de stijldikte.

Reken er ook op dat je aan het einde van de lijn iets overhoudt. Verschuif je een paal, dan verschuift de rest van de indeling mee, en dan eindig je met een passtuk: een smaller scherm op maat. Dat is normaal — in ruim negentig procent van de schuttingen zit sowieso een passtuk. Zorg alleen dat hij aan het eind van de lijn staat, tegen de muur of de schuur, en niet ergens halverwege tussen twee volle schermen.

Waar zet je de poort?

Kijk eerst naar hoe je de tuin in en uit wilt. Bij een rijtjeshuis met een pad of steeg achterlangs zit de poort logischerwijs in de achterste lijn, en is één poort per tuin genoeg. Bij een hoekwoning of een vrijstaand huis heb je meer meters schutting en vaak maar één doorgang nodig, dus dan kies je de plek die het dichtst bij de schuur of de container ligt.

Praktische overwegingen die zwaarder wegen dan ze klinken:

  • Wat moet er doorheen? Een kliko, een fiets en een kruiwagen passen door 90 cm. Een aanhanger, een grasmaaier op wielen of bouwmateriaal niet — dan wil je 150.
  • Wat ligt er aan beide kanten? Aan de binnenzijde moet ruimte zijn om de poort open te laten zwaaien, want hij draait naar binnen. Een border, een regenton of een fietsenrek precies op die plek maakt de poort onbruikbaar.
  • Hoe loopt de bestrating? Een poort die op zand of gras uitkomt zakt ongelijk in en gaat slepen. Zorg voor een stevige, vlakke ondergrond onder de draaicirkel.

De poort draait naar binnen

Altijd de tuin in, nooit het pad of de steeg op. Een naar buiten draaiende poort staat in de weg voor wie er langs loopt, en bij een smalle steeg kun je hem soms niet eens helemaal open krijgen. Bovendien slaat een naar binnen draaiende poort tegen zijn kozijn aan in plaats van er vanaf, wat het sluitwerk rustiger houdt.

Zo pak je het aan

1. Meet de dagmaat van de poort met kozijn

Dit is de maat waar alles op gebaseerd wordt. Bestel eerst, meet daarna — niet andersom.

2. Bepaal de nieuwe paalpositie en werk vanaf een vast punt

Begin bij de muur of de schuur en werk scherm voor scherm naar het eindpunt toe. Werk nooit van twee kanten naar het midden: dan komen de twee helften niet uit en zit je met een gat waar niets in past.

3. Haal het scherm en de betonplaat eruit

Til het scherm uit de sponning en haal de betonplaat weg. Onder een poort komt geen betonplaat te liggen — daar moet je immers doorheen kunnen lopen.

4. Zet de paal opnieuw

Een paal van 10 × 10 × 275 cm gaat 80 tot 90 cm de grond in, in beton. Zet hem waterpas en laat het beton uitharden voordat je er een poort aan gaat hangen. De slotpaal krijgt bij elke duw een klap te verwerken, dus hier bezuinig je niet op.

5. Plaats het kozijn, dan de poort

Het kozijn klemt tussen de palen. Stel hem zuiver in het lood en haaks af voordat je het blad hangt, want een scheef kozijn krijg je later met geen enkel scharnier recht.

6. Hang het blad en stel af

Zware verzinkte scharnieren, en een echte deurklink met rozet in plaats van een tuinhaakje. Controleer na het hangen de speling rondom: gelijkmatig aan alle kanten, en onder genoeg ruimte dat de poort in een natte winter niet gaat schrapen.

Wat je bestelt

Poort en kozijn horen bij elkaar en koop je als combinatie, in dezelfde houtsoort als je schutting. Reken daarnaast op een nieuwe betonpaal, beton voor het zetten, en waarschijnlijk een scherm op maat voor het passtuk dat aan het eind van de lijn overblijft. Het hang- en sluitwerk zit bij een complete poort meestal inbegrepen — controleer dat, want los bijkopen is zelden goedkoper.

Lees ook:

Direct aan de slag?

Bekijk alle complete schutting pakketten. 

Waar ben je naar opzoek?

Zoeken