In het kort
Gebruik RVS, en niets anders. Verzinkt beslag roest bij een buitenschutting binnen een paar jaar door en laat dan strepen na op je hout. Voorboren scheelt gescheurde planken en kost je nauwelijks tijd. Sta je vlak achter de kust, kies dan RVS A4 in plaats van A2.
Aan een schutting van een paar duizend euro hangt voor een paar tientjes aan schroeven en beslag. Precies dat is de reden dat het zo vaak misgaat: het is het goedkoopste onderdeel, dus het is ook het onderdeel waarop bezuinigd wordt. En het is wél het onderdeel dat je over drie jaar terugziet als roestsporen over je hout.
Voor alles wat buiten in hout gaat, gebruik je roestvast staal. Niet verzinkt, niet gehard, niet de gele spaanplaatschroeven uit de bouwmarktdoos. De reden is niet alleen roest op zichzelf, maar wat roest met hout doet.
Een verzinkte schroef heeft een dun zinklaagje dat bij het indraaien al beschadigt. Waar dat laagje weg is begint corrosie, en het ijzer dat daarbij vrijkomt reageert met de looizuren in het hout. Bij hardhout en bij eiken geeft dat blauwzwarte vlekken die vanaf de schroefkop uitlopen — niet weg te poetsen, want de verkleuring zit in het hout zelf. Bij douglas en grenen krijg je roestbruine strepen die met elke regenbui verder uitzakken.
Er zijn twee kwaliteiten die je tegenkomt:
De vuistregel voor het vastzetten van een plank op een regel: de schroef moet minstens tweemaal de dikte van de plank in het achterliggende hout grijpen. Bij een plank van rond de 15 mm kom je daarmee op een schroef van 40 tot 50 mm. Langer is niet beter — een schroef die aan de achterkant uitsteekt is een scheurmes voor wie er langs loopt en een roestpunt op een plek die je niet ziet.
Wat betreft de dikte: houd het bescheiden. Een dikkere schroef klinkt steviger maar splijt eerder, zeker dicht bij de rand van een plank. Voor plankbevestiging zit je met 4 tot 4,5 mm goed.
Bij hardhout is voorboren niet optioneel maar noodzakelijk. Het hout is te dicht om een schroef zonder voorboring te verdragen en scheurt langs de vezel open. Ook bij douglas en grenen loont het, zeker binnen een paar centimeter van de rand of van de kopse kant.
Boor het gat net iets kleiner dan de kerndiameter van de schroef. Verzink de kop licht, maar draai niet door tot de kop in het hout wegzakt: dan maak je een kuiltje waar water in blijft staan, en precies daar begint de rot.
Een scherm van 180 × 180 cm heeft twee horizontale regels, één boven en één onder. Daarop staan aan de voorkant negen verticale planken en aan de achterkant tien. Elke plank krijgt twee schroeven per regel — dus vier per plank. Eén schroef per regel lijkt genoeg, maar dan kan de plank om die schroef draaien, en dat is de meest voorkomende oorzaak van planken die gaan wringen.
Houd ongeveer twee centimeter afstand tot de rand van de plank en tot de kopse kant. Dichter bij de rand splijt het hout, ook met voorboren.
Voor een tuinpoort gelden andere eisen dan voor een scherm, want daar zit beweging in en gewicht aan. Wat je nodig hebt:
Draai poortscharnieren vast met doorgaande bouten waar dat kan, niet met houtschroeven alleen. Het scharnier aan de bovenzijde krijgt de grootste trekkracht te verduren, en dat is dan ook het scharnier dat als eerste uitscheurt.
Naast schroeven en scharnieren is er een handvol toebehoren dat het verschil maakt tussen netjes en half af:
Drie fouten die we het vaakst tegenkomen, alle drie kosteloos te voorkomen:
Al het beslag en toebehoren vind je op Schutting beslag.
Alle artikelen bij elkaar staan in de Kennisbank.
Bekijk alle complete schutting pakketten.