In het kort
Je eindigt altijd met een paal, ook tegen een muur. Schroef nooit hout aan metselwerk vast: zet een betonpaal met eigen fundering vlak langs de gevel, met een paar centimeter open ruimte ertussen. Die naad laat je open, want een dichtgekitte naad houdt vocht vast. Begin bij dat vaste punt en werk scherm voor scherm naar het eindpunt.
Bijna elke schutting begint of eindigt tegen iets: de zijgevel van het huis, de wand van een schuur, een garagemuur. De eerste ingeving van veel mensen is om het laatste scherm dan maar aan die muur vast te schroeven. Doe dat niet. Ook op dat punt eindig je met een paal — net als overal elders in de lijn.
Een hout-betonschutting is een systeem van palen en schermen. Elk scherm hangt in de sponning van twee palen, en dat geldt ook voor het laatste scherm bij de muur. Daar zet je dus een betonpaal, met zijn eigen fundering in de grond, vlak langs de gevel. De schutting staat daarmee volledig op zichzelf.
Dat betekent concreet: geen houten stijl die je aan het metselwerk schroeft, geen scherm dat met beugels aan de gevel hangt, geen muurprofiel als eindstuk. De paal doet het werk, de muur staat er alleen naast.
Er zijn drie redenen, en ze gelden alle drie los van elkaar.
Een paal langs de muur kost een paal extra en een uur werk. Dat is de goedkoopste verzekering in het hele project.
Dit gaat over volgorde en het bepaalt hoe je schutting eruit gaat zien. Je begint bij de muur of de schuur en werkt van daaruit scherm voor scherm naar het eindpunt. Niet andersom, en al helemaal niet van twee kanten naar het midden.
De reden is het passtuk. Een vak is 190 cm hart op hart — een paal van 10 cm plus een scherm van 180. Een tuin is nooit een rond aantal keer 190, dus er blijft altijd een reststuk over. Dat hoort aan het eind van de lijn te staan, niet tegen het huis. Werk je van twee kanten naar binnen, dan komt het passtuk ergens halverwege tussen twee volle schermen terecht, en dat zie je meteen.
In de praktijk komt het hierop neer:
Laat die naad open. Niet dichtkitten, niet volspuiten met purschuim, niet afwerken met een plankje ertussen. Een open naad droogt; een dichte naad houdt vocht vast en dat werkt tegen je.
Vind je het optisch storend, dan kun je de ruimte klein houden door de paal dicht tegen de gevel te zetten — maar dicht is niet hetzelfde als eraan vast.
Hetzelfde principe: een paal ernaast, niet vastschroeven aan de beplating. Een schuurwand van 12 of 18 mm plaatmateriaal houdt de zijwaartse belasting van een schutting sowieso niet, en de staanders van het frame zitten zelden op de plek waar jij ze nodig hebt.
Let bij een schuur ook op de hoogte en op het water. Een schutting komt op ongeveer 200 cm boven het maaiveld en een gemiddelde tuinschuur heeft een goothoogte tussen de 220 en 250 cm. Je sluit dus net onder de goot aan, en dat is precies waar het regenwater van het dak naartoe loopt. Kijk waar dat water terechtkomt voordat je de paal zet.
Vier dingen die we bij inspecties het vaakst tegenkomen op het aansluitpunt:
De paal waarmee je de lijn tegen de muur afsluit vind je bij Schuttingpalen kopen.
Alle artikelen bij elkaar staan in de Kennisbank.
Lees ook:
Bekijk alle complete schutting pakketten.