In het kort
Op elke grondsoort geldt hetzelfde uitgangspunt: 80 tot 90 cm de grond in, in beton. Wat verschilt is hoeveel beton en waar je op let. Zand klemt niet uit zichzelf en vraagt een brede betonkraag, klei werkt met het weer, en veen klinkt jaar na jaar in. Graaf één proefgat op de plek van de eerste paal — dat vertelt je in tien minuten meer dan welke kaart ook.
Een schutting valt of staat bij wat er onder de grond gebeurt. Boven het maaiveld is een schutting in Groningen precies hetzelfde als een in Brabant: palen van 10 × 10 × 275, schermen van 180 × 180, betonplaten eronder. Wat verschilt is de grond waar die palen in staan, en dat bepaalt of je schutting over tien jaar nog recht staat.
Een schuttingpaal moet twee dingen doen: rechtop blijven staan tegen de wind die op twee vierkante meter scherm duwt, en op zijn hoogte blijven. Die twee taken worden door verschillende eigenschappen van de bodem geleverd. Rechtop blijven is een kwestie van zijdelingse weerstand — hoe stevig de grond de paal klemt. Op hoogte blijven is een kwestie van draagkracht en zetting.
De basis blijft overal hetzelfde: 80 tot 90 cm de grond in, in beton. Wat per grondsoort verandert is hoeveel beton, hoe je het gat maakt, en waar je op moet letten.
Zand is de makkelijkste grond om in te werken. Het graaft snel, het water zakt weg, en er zit weinig zetting in. De keerzijde is dat los zand de paal niet uit zichzelf klemt: het loopt terug in het gat en biedt weinig zijdelingse weerstand.
De oplossing is beton, en genoeg ervan. Maak het gat ruim genoeg dat er rondom een flinke betonkraag om de paal komt, en laat die kraag naar boven toe iets breder uitlopen. Die verbreding is wat de wind opvangt: hoe groter het oppervlak dat tegen de omringende grond drukt, hoe minder de paal kan kantelen.
Let bij duinzand en bij grond vlak achter de kust extra op je beslag. Zeewind versnelt corrosie, en daar is RVS A4 de investering waard in plaats van A2.
Klei klemt uitstekend — een paal in klei zit vast. Het probleem met klei is dat hij werkt met het weer. In een droge zomer krimpt klei en scheurt hij open; in een natte winter zwelt hij op. Dat betekent dat de grond om je paal het hele jaar door beweegt.
Praktische gevolgen:
Krimpscheuren in een droge zomer zien er alarmerend uit maar zijn zelden een probleem voor een goed gezette paal. Loopt zo’n scheur tot langs de betonkraag, dan is hij in de eerstvolgende natte periode weer dicht.
Veen is de lastigste, en dat moet je vooraf weten in plaats van achteraf ontdekken. Veen is samengeperst plantaardig materiaal, het is licht, het houdt water vast, en het klinkt in — jaar na jaar, en versneld zodra het grondwater zakt.
In grote delen van het Groene Hart, Noord-Holland, Friesland en de veenkoloniën is dit de realiteit. Wat het betekent voor een schutting:
Wat wél helpt is de belasting spreiden in plaats van concentreren, en accepteren dat je op veen vaker zult moeten bijstellen. Bij hout-betonschuttingen is dat overigens goed te doen: een scherm til je uit de sponning en een betonplaat kun je terugzetten, dus corrigeren kan zonder de hele lijn te slopen.
Staat er in de buurt een schutting van tien jaar oud, kijk daar dan even naar. Dat vertelt je meer over jouw bodem dan welke tabel ook.
Graaf één proefgat op de plek waar de eerste paal komt, en graaf door tot op de diepte waarop je paal komt te staan. In tien minuten weet je meer dan uit welke kaart dan ook:
Kom je binnen je graafdiepte grondwater tegen, noteer dan op welke hoogte. Dat is minstens zo belangrijk als de grondsoort zelf: een paal die permanent in het grondwater staat heeft een heel andere situatie dan een die droog staat.
Wat er onder ook zit, deze punten blijven staan:
Alles over palen en fundering vind je op Schuttingpalen kopen.
Alle artikelen bij elkaar staan in de Kennisbank.
Bekijk alle complete schutting pakketten.